Dit artikel is geschreven ter gelegenheid van
het 50-jarig bestaan van Gemengd koor "Ethan", uitgaande van de GerGem te Borssele.

Het zijn momenten waar je naartoe leeft en naar uitkijkt. Je mag maar één jubileum vieren! Een periode ligt achter je. Het heden is het herdenken en vieren van wat is geweest; de toekomst is nog onzeker en onbekend. In drie artikelen sta ik daarbij stil, en dat doe ik niet zomaar, want…
Het is bijna 22.00 uur op de avond van 15 februari 2025. De dag waar maandenlang naartoe is geleefd—of beter gezegd, een halve eeuw. De dag waarop Gemengd Koor Ethan zijn 50-jarig jubileum mocht vieren.
Als ik mijn ogen naar de kerk wend, zie ik dat de lichten zijn gedoofd. De klanken die eerder op de avond het kerkgebouw vulden, zijn verstomd. De grote groep toehoorders, de koorleden en het kinderkoor zijn naar huis. De laatste bestuursleden lopen over de parkeerplaats en verdwijnen in de duisternis van de nacht. Het is de vooravond van de zondag.
Wat een bijzondere voorbereiding op Gods dag was deze jubileumuitvoering voor iedereen die betrokken was. Het was een emotionele avond, een die in het geheugen van velen gegrift zal blijven.
In de eerste plaats omdat deze avond de apotheose was van 50 jaar zingen. Het koor waarvan ik de dirigent mag zijn, heeft deze avond een bijzondere prestatie geleverd. Ze hebben laten horen waar de 50 jaar naartoe hebben gewerkt.
Als ik afga op de reacties van het publiek, collega’s en de koorleden, dan was deze avond anders dan alle andere. Nog nooit hebben zoveel leden tegelijk hun stem laten klinken, en nog nooit op deze manier. Het niveau van de uitvoering oversteeg het gemiddelde—en nee, dat zeg ik niet omdat ik bevooroordeeld ben. Wonderschoon klonken de liederen. Ze vertelden met overtuiging de boodschap die in de psalmen en liederen verscholen lag.
Boodschappen over nood, verdriet, hoop, maar bovenal over Gods genade. Ze loofden en prezen Hem op bijzondere wijze, tot op het ontroerende slotakkoord van de avond: "Lof, eer en prijs zij God!"
De kinderen vertelden ook een verhaal—op een manier die ik niet had voorzien. Helder en verstaanbaar namen ze Gemengd Koor Ethan aan de hand door de tijd. "O God, die droeg ons voorgeslacht, bewijs ook ons Uw trouw en macht."
Ik stond met mijn rug naar de (groot)ouders toe, maar wat moet er in hun hart zijn omgegaan bij het horen van deze woorden? De kinderen vertelden dat God niet gebonden is aan tijd of plaats, dat Hij altijd toeziet, ook op dit deel van de wijngaard.
Daarnaast bepaalden ze het koor bij hen die deze uitvoering niet meer bij konden wonen. —al die leden, dirigenten en organisten die in de afgelopen 50 jaar ons zijn ontvallen.
"Uw oppermacht, die wij ootmoedig eren, kan door een wenk den mens zijn broosheid leren. Want in Uw oog zijn duizend jaren, Heer', een enk’le dag, een nachtwaak, en niets meer."
Toch… na deze diepte wezen de kinderen omhoog. Ze herinnerden ons eraan hoe God, de Heer, Zijn gunst heeft bewezen aan Gemengd Koor Ethan. Ze beloofden daarop te letten, erover te zingen, dag en nacht.
Zou het in de toekomst werkelijkheid mogen worden? Dat deze kinderen, wanneer de tijd daar is, hun voorgeslacht zullen opvolgen en de lofzang gaande zullen houden?
In dit artikel mag ik ook beide organisten niet vergeten. Zij hebben de koren begeleid en gesteund waar nodig. Onze samenwerking draagt bij aan de kwaliteit van de koren, en zonder hen zou deze avond anders hebben geklonken.
Ik denk aan het bestuur en de activiteitencommissie, die deze avond tot in de puntjes hebben georganiseerd. Wat is er achter de schermen ongelooflijk veel werk verzet om dit jubileum op zo’n waardige manier te herdenken. Ik ben hen diep dankbaar dat ik nog steeds in dienst mag staan van het koor—meer dan ik ooit in woorden kan uitdrukken.
Deze gedachten spoken door mijn hoofd terwijl ik als laatste de parkeerplaats afrijd en huiswaarts keer. Na een uitvoering kan de eenzaamheid in de auto me soms diep overvallen. Daar begint een rouwproces—het besef dat ik afscheid moet nemen van een periode die niet meer terug zal komen.
Er is een punt gezet achter een tijd van intensief werken. Wat is er veel om dankbaar voor te zijn, maar ook veel om verdriet over te hebben. Hoe vaak ben ik tekortgeschoten het afgelopen seizoen?
Ben ik wel in staat om het koor ook in de toekomst te blijven leiden? Kan en mag ik dat?
En dan… wanneer de twijfel het hart vervult…
In de koplampen van mijn auto doemen niet veel later witte vlokken op. Ze dwarrelen uit de hemel ter aarde. Geen van deze vlokken is bevlekt; allen zijn maagdelijk wit. Ontelbare vlokken. Ze hullen de omgeving van Borssele in het zuiverste wit dat men op aarde kent.
Ik ben verbaasd, sta stil en stap uit. Daar, in de nacht waarin de zaterdag vloeit in de zondag, dwarrelen ontelbare zuiver witte vlokken neer, als onbevlekte Evangeliewoorden die rond mij vallen.
Dan zie ik daar voor mijn ogen Gods genade die neerdaalt op aarde, ook na de uitvoering. In die vlokken zie ik geen punt achter die 50 jaar Ethan, maar een komma. Ik zie dat Hij het koor ook in de toekomst mag gedenken.
Dan lees ik in het wit dat Hij ons kan wassen in Zijn bloed, alle zonden ons kan vergeven. Ik hoop van ganser harte dat het zingen van Ethan een voorbode mag zijn geweest van het hemelkoor, waarin, zoals de Heere het geeft, wij allen mogen zingen, gekleed in sneeuwwitte klederen.
Zou het voor Ethan moge gelden?
Voor ieder die meewerkte aan de avond?
Ja, ook voor mij?
Maandagavond 19-02-2025; de eerste repetitie van een nieuw seizoen. Wij gaan met Ethan toewerken naar een nieuwe uitvoering. Op DV 4 oktober aanstaande hopen wij weer voor het publiek uit te voeren.
En zoals altijd sta ik als dirigent met een bedrukt gemoed voor het koor tijdens deze eerste repetitie. De twijfel heeft weer om mijn hart geslagen. Ben ik degene die het koor kan verbeteren en samen met hen de toekomst in kan gaan? Het is de vraag die ik mij altijd stel.
Tot… “Ja! De Heer’ zal uitkomst geven, Hij die ’s daags Zijn gunst gebiedt” weerklinkt. De koorzetting van Bach is net ingestudeerd en nog onwennig. Maar daar hoor ik een klank die ik niet eerder heb gehoord. Daar zie ik in de ogen van de leden een sprankeling die ik niet eerder heb gezien. Daar voel ik een innige band die is ontstaan tussen dirigent en koor. Daar weet ik dat ik met hen de toekomst in mag gaan.
Zelfs nu ik dit schrijf, vullen tranen mijn ogen en overspoelt een groot gevoel van dankbaarheid mijn geest. Dankbaar richting het bestuur, dankbaar richting de organisten, dankbaar richting de koorleden.
En klonk er zaterdag geen: “Dankt, dankt nu allen God!”?
Dan kan ik deze drie artikelen niet anders afsluiten dan met de afsluiting die ik normaal alleen gebruik aan het einde van het laatste artikel van het kalenderjaar:
SOLI DEO GLORIA!
Johannes R
Reactie plaatsen
Reacties