De roep van de zee (4)
Aangespoord om de zee op te gaan, zijn wij aangemonsterd op een schip dat de wijde zee overvaart. De haven ligt inmiddels achter ons. De kustlijn wordt steeds kleiner. Alleen de torens zijn nog zichtbaar. Dan verdwijnen ook die achter de horizon. Wij zijn aan boord en hebben gehoord dat wij op moeten passen voor de gevaren die ons dagelijks wachten. Wij hebben het oog omhooggeslagen tot Hem die ons in nood terzijde kan staan. En nu klinkt het hart van de Hollander in het derde couplet van ‘Wie gaat mee overzee.’