De (on)christelijke gymles

Gepubliceerd op 14 maart 2025 om 17:00

Wie herinnert zich de gymlessen van de middelbare school nog? 
Of beter gezegd: de lessen lichamelijke opvoeding.

 

Twee weken geleden schreef ik over de muzieklessen op de middelbare school; niet bepaald inspirerend, maar je zat het uur uit en kon weer door. Op verzoek schrijf ik deze week opnieuw een artikel, dit keer over een ander vak: LO, oftewel lichamelijke opvoeding, of zoals iedereen het simpelweg noemt: gym.

 

Voor mij persoonlijk was gym een ab-so-luut dieptepunt in het schoolrooster. Het ene vak ligt je nu eenmaal beter dan het andere, maar meestal kom je de lesuren wel door. Gewoon doen wat er van je wordt verwacht, tussendoor alvast wat huiswerk fixen, zorgen dat je niet opvalt, en voor je het weet, is de les voorbij.

 

Laat ik beginnen met waarom ik in dit artikel het woord gym gebruik en niet de officiële term lichamelijke opvoeding. Die benaming roept bij mij meteen vraagtekens op: hoezo opvoeding? Ik ben door mijn ouder opgevoed en heb te eten gekregen n. Mijn lichaam is gevormd door de genen die ik heb meegekregen. Als kind leerde ik buitenspelen, fietsen en kreeg ik mee dat gezond eten en voldoende bewegen belangrijk zijn om mijn gezondheid te behouden.

Hoe komt een school er dan bij dat zij mij moet opvoeden, en dan nog wel lichamelijk?

Bovendien is het lichaam een scheppingsgave van God. Wij hebben de verantwoordelijkheid om het te onderhouden en te verzorgen. Maar wat is hierin precies de taak van de school? En nog belangrijker: in hoeverre mag een school hier dwang in uitoefenen?

 

Want dwang is hier zeker aan de orde. Wie aangeeft zich niet prettig te voelen bij de gymlessen, komt bedrogen uit: zijn of haar mening wordt niet gehoord. Sterker nog, de schoolleiding lijkt weinig begrip te hebben voor het kind in ontwikkeling. “Sporten is leuk” en “Je gaat je er na een tijdje echt beter door voelen” zijn veelgehoorde uitspraken.

Zelf ben ik niet gezegend met een talent voor sport, dus ik kan uit ervaring zeggen dat dit pertinent onjuist is. Ik werd zwaar ongelukkig van de gymlessen en zou dat nu weer worden. En ik weet zeker dat ik hierin niet de enige ben.

 

Voor mij begon het drama al in de gang richting de gymzalen. De muffe mix van oud zweet en veel te veel deodorant drong mijn neus binnen. Vervolgens het omkleden naar sportkleding, terwijl in de puberende jongenslijven het testosteron rondspoot en de hormonen de oerman in hen naar boven haalden. Het resultaat? Onnodig geduw en getrek, het ongewild aanschouwen van lichaamsdelen die je best had willen missen, en gesprekken die we maar beter niet herhalen.

Had je dit alles overleefd, dan begon de les. Iedereen zat op een rij op de bank, terwijl de (iets te enthousiaste) sportleraar ons probeerde te overtuigen dat deze les de allerleukste zou worden.

 

Ik was al depri voordat de les überhaupt begon. Maar zodra die eenmaal startte, liep de kans op trauma’s snel op:

  • Ringenzwaaien – Op lengte gaan staan om te mogen slingeren? Je zal maar klein zijn. Dan stond je jaloers toe te kijken hoe de langere klasgenoten wél aan de ‘hoge ringen’ mochten.
  • Fitness – De sportievelingen deden wedstrijdjes bankdrukken. 50 kg? Geen probleem. Maar als levende kapstok kwam je niet verder dan de 5 kg wegende stok.
  • Trampolinespringen – Leuk, tot je onhandig met je hoofd richting een kast duikt en een nekprobleem oploopt, tot groot vermaak van de klas.
  • Trefbal – Ach, een zachte bal, wat kan daar misgaan? Nou, genoeg. Ze kunnen bloedneuzen veroorzaken (dat weet ik van een vriend).
  • Acrogym – Kent u het nog? Voor puberende jongens en meiden hét moment om elkaar op plekken aan te raken die op andere momenten verboden terrein waren. Moeten we dit als reformatorisch Nederland echt willen?

 

Al zou ik nog veel vormen van lichamelijk vermaak kunnen noemen, het punt waar de meeste trauma’s ontstaan heb ik nog niet besproken. Dit is bij de groepssporten

Het moment waarop twee captains worden aangewezen om hun team te kiezen. En hoe de groep steeds kleiner wordt, terwijl altijd dezelfde kinderen overblijven, de kinderen die eigenlijk niemand wil. Zij die geen sportief talent hadden, die door lichamelijke beperkingen niet optimaal konden meedoen, of gewoon te klein waren om mee te tellen. Och… wat een bittere pil moet het voor hen zijn geweest om keer op keer te ervaren dat niemand met hen wilde samenwerken. En dat bij elke gymles opnieuw. Alsof ze hun eigen tekortkomingen nog niet goed genoeg kenden. Alsof het nodig was hen daar telkens weer aan te herinneren.

 

Is het niet tijd om ook de gymlessen eens te hervormen? Om ze te bekijken in het licht van 2025—en nog belangrijker: in het licht van de Bijbel?

In andere lessen is er ruimte om te spreken over God en Zijn Woord, toegepast op de stof die behandeld wordt. Maar bij gym? Nooit. Daar draait het om de beste zijn, om conditie en spierkracht, om het ik. Maar mag dat wel? Is dat juist?

 

Terwijl ik deze vragen opschrijf, voel ik zelf het ongemak. Steeds sterker bekruipt me de overtuiging dat dit niet de juiste weg is.

Maar wat dan wel?

 

Ik zou de gymlessen anders invullen. Jongeren laten ervaren hoe inspanning ook tot ontspanning kan leiden—mits het aansluit bij hun mogelijkheden. Hoe je je wél gewaardeerd kunt voelen wanneer je met echte vrienden of familie een balletje overschopt, samen op de bowlingbaan staat of een potje squash speelt.

Dat samen op de fiets stappen of een wandeling door de natuur kan leiden tot goede gesprekken, terwijl je beweegt.

 

Maar vooral: stop met de dwang. Stop met het aanmoedigen om de beste te willen zijn. De reformatorische jeugd hoeft geen Olympische medailles te winnen. Wat écht telt, is dat ze zich goed voelen in het lichaam dat God hen geschonken heeft.

Ze moeten leren hoe ze dat lichaam kunnen onderhouden, maar bovenal hoe ze er dankbaar voor kunnen zijn. Ze moeten beseffen dat het lichaam dat ze nu hebben, hen op de jongste dag zal worden teruggegeven. Dat ze blij mogen zijn met hoe ze geschapen zijn: kort of lang, sterk of kwetsbaar. Want het is goed, omdat Hij het zo heeft gewild.

 

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.